Vocabulaire financier néerlandais

help

Sur cette page vous trouverez la fiche vocabulaire financier néerlandais qui contient la liste de tous les termes utilisés en néerlandais de la finance.

Télécharger gratuitement cette liste de vocabulaire en PDF en cliquant-ici.

FRANÇAIS NÉERLANDAIS
les actifs het vermogen
un actif net een netto vermogen
une analyse financière een financiële analyse
un acompte een voorschot
un avocat een advocaat
des associés vennoten
des achats aankopen
une action een actie
un actionnaire een aandeelhouder
la bourse de beurs
un banquier een bankier
le bilan financier de financiële balans
des marchandises goederen
la caisse d’épargne de spaarbank
une caisse de retraite een pensioenfonds
le coût de production de vervaardigingskosten
un courtier een makelaar
un contrôle budgétaire een begrotingscontrole
un capital een kapitaal
le capital investi het geïnvesteerde kapitaal
un compte bancaire een bankrekening
des charges lasten
des charges administratives administratieve lasten
le crédit het krediet
une charge fixe een vaste last
des disponibilités een beschikbaarheid
un découvert een tekort
une dette een schuld
la déflation de deflatie
avoir des dettes schulden hebben
un dépôt een deponeren
un dividende een dividend
le directeur financier de financiële Directeur
s’effondrer instorten
un excédent een overschot
l’échéance de termijn
un emprunt een lening
un flux een stroom
la finance de financiën
le financement de financiering
le Fonds Monétaire International het Internationale Monetaire Fonds
 une faillite een faillissement
le flux de trésorerie de kasstroom
les frais généraux de vaste bedrijfsuitgaven
une filiale een dochtermaatschappij
un fournisseur een leverancier
le fonds de roulement net het netto bedrijfskapitaal
la gestion het beleid
la gestion financière het financiële beleid
garanti gegarandeerd
l’inflation de inflatie
investir investeren
des intérêts belangen
jouer en bourse in beurs spelen
un mandat een mandaat
une moyenne een gemiddelde
une marge een marge
une marge brute een ruwe marge
le marché financier de kapitaalmarkt
les marchés de capitaux de kapitaalmarkten
une obligation een verplichting
un produit financier een financieel product
la participation des salariés de deelname van de werknemers
la prime de risque de risicopremie
un plan comptable een rekeningstelsel
une prévision een prognose
une prévisions à long terme prognoses op lange termijn
une perte een verlies
un rapport annuel een jaarverslag
le résultat het resultaat
le résultat financier het financiële resultaat
la rentabilité de rentabiliteit
un relevé de compte een rekeningafschrift
un spéculateur een speculant
spéculer speculeren
un salaire een loon
la situation financière de financiële situatie
le siège social het hoofdkantoor
un solde een saldo
un syndicat een vakbond
un taux een koers
un taux d’intérêt een rentevoet
le taux d’amortissement het afschrijvingspercentage
le taux de change de wisselkoers
le taux de change de wisselkoers
une tendance een tendens
la valeur de waarde
les ventes brutes de ruwe verkoop
valeur nette comptable boekhoudnettowaarde
le chiffre d’affaires de omzet
la volatilité het vluchtigheid

Vous repérez des erreurs ou vous souhaitez ajouter un mot de vocabulaire à la liste ? Merci de laisser un commentaire pour m’aider à améliorer le site !

Démarrez une conversation

Votre adresse de messagerie ne sera pas publiée. Les champs obligatoires sont indiqués avec *