Vocabulaire médical néerlandais

help

Vocabulaire médical néerlandais

Sur cette page vous trouverez la fiche vocabulaire qui contient tous les mots relatifs au vocabulaire médical en néerlandais, pratique si vous travaillez dans un hôpital.

Vous pouvez télécharger gratuitement cette liste de vocabulaire en PDF en cliquant-ici.

FRANÇAIS NÉERLANDAIS
LES METIERS DE BEROEPEN
un acupuncteur een acupuncturist
une aide soignante een hulp die verzorgt
un anesthésiste een anesthesist
un brancardier een ziekendrager
un cardiologue een cardioloog
un cancérologue een kankerspecialist
un chirurgien een chirurg
un chiropracteur een chiropracticus
un dermatologue een huidarts
un docteur / un médecin een dokter/een arts
le docteur de famille de dokter van familie
un généraliste een huisarts
un gynécologue een gynaecoloog
un homéopathe een homeopaat
un infirmier / une infirmière een verpleegkundige/een verpleegster
un kinésithérapeute een kinesitherapeut
un neurologue een neuroloog
un ophtalmologue een oogarts
un pharmacien een apotheker
un pédiatre een kinderarts
le personnel soignant het verplegend personeel
un pharmacien een apotheker
un radiologue een radioloog
une sage-femme een vroedvrouw
LA MALADIE DE ZIEKTE
accident vasculaire cérébral hersen – en vaatongeval
l’arthrose de artrose
l’arythmie arythmie
l’asthme de astma
une allergie een allergie
l’appendicite de blindedarmontsteking
une bronchite een bronchitis
brûlure brandwond
les calculs rénaux de nierstenen
les calculs biliaires de galstenen
le cancer du sein kanker van het midden
un claquage musculaire een spierdoorslaan
la coqueluche de kinkhoest
la constipation de verstopping
un coup de soleil een zonnebrand
une crampe een kramp
une crise cardiaque een hartaanval
le diabète de suikerziekte
la diarrhée de diarree
épilepsie epilepie
des engelures winterkloven
les fractures osseuses de magere breuken
le glaucome het glaucoom
la grippe de griep
une grippe intestinale een intestinale griep
une hernie een breuk
l’hypertension artérielle de slagaderlijke bloeddrukverhoging
une infection een besmetting
l’incontinence de incontinentie
l’inflammation de ontvlamming
un kyste een cyste
la leucémie de leukemie
les maladies vasculaires de vaatziekten
la maladie de Parkinson het ziekte van Parkinson
une maladie de peau een ziekte van huid
la méningite de hersenvliesontsteking
la migraine de migraine
une otite een oorontsteking
un pneumothorax een pneumothorax
la rougeole de mazelen
un rhume des foins een hooikoorts
la rubéole de rodehond
la scarlatine de roodvonk
la sclérose en plaques de multiple sclerose
le syndrome d’irritation intestinale het syndroom van intestinale irritatie
une tumeur een gezwel
un ulcère ulcère
la varicelle de waterpokken
la variole de pokken
une verrue een wrat
PSYCHIATRIE PSYCHIATRIE
un asile de fous een asiel van fous
le divan de divan
la folie de waanzin
un fou fou
fou, dément fou, spreekt tegen
un hopital psychiatrique een kliniek voor geesteszieken
l’inconscient onbewust
la maladie mentale de geestesziekte
une névrose een neurose
une obsession een obsessie
des problèmes d’ordre émotionnel problemen van emotionele aard
un psychiatre een psychiater
la psychiatrie de psychiatrie
le psychisme het psychisme
une psychose een psychose
des problèmes psychologiques psychologische problemen
le subconscient onderbewust
la thérapie de groupe de groepstherapie
des troubles de la personnalité een onrust van de persoonlijkheid
VOCABULAIRE UTILE
angoissé beangstigd
une analyse de sang een bloedproef
des antibiotiques antibiotica
l’assurance maladie de ziektekostenverzekering
atroce gruwelijk
un bandage een verband
une blessure een verwonding
le bloc opératoire het opératoire blok
des brûlures d’estomac maagzuren
un cabinet médical een medische praktijk
des cachets zegels
la cardiologie de cardiologie
un centre médical een geneeskundig centrum
en congé maladie in verlof ziekte
une chambre privée een particuliere kamer
la chimiothérapie de chemotherapie
la chirurgie de chirurgie
la chirurgie esthétique de plastische chirurgie
le choc opératoire de opératoire schok
une clinique een kliniek
la constipation de verstopping
contagieux besmettelijk
la courbe de kromme
crise cardiaque hartaanval
curable/incurable geneesbaar/ongeneeslijk
la défécation de ontlasting
la déglutition déglutition
la dermatologie de dermatologie
déboîté déboîté
une démangeaison een aanvechting
la dépression de depressie
une dépression nerveuse een zenuwinstorting
déprimé ingedrukt
la diarrhée de diarree
la digestion de vertering
un donneur een gever
douleur pijn
douloureux pijnlijk
une douleur dans la poitrine een pijn in de borst
une douleur lancinante een pijnscheut
engourdi verdoofd
l’endocrinologie de endocrinologie
une enflure een zwelling
engourdissement verstijving
une entorse een verstuiking
essoufflé buiten adem gebracht
une épidémie een epidemie
la fatigue de vermoeidheid
un fauteuil roulant een rolstoel
la fièvre de koorts
fourmillement gewemel
des gélules gélules
des gouttes druppels
la grossesse de zwangerschap
un groupe sanguin een bloedgroep
la gynécologie de gynaecologie
les heures de visite de bezoekuren
les heures de consultation het spreekuur
infirme invalide
l’insomnie de slapeloosheid
une intraveineuse intraveneus
hémorragie bloeding
l’hôpital het ziekenhuis
un hôpital privé een particulier ziekenhuis
la kinésithérapie de heilgymnastiek
mal à la gorge kwade aan de keel
le malade / le patient de zieke/de patiënt
très malade zeer zieke
la maternité het moederschap
mortel dodelijk
un microbe een microbe
un médicament een geneesmiddel
la nausée de misselijkheid
la neurologie de neurologie
un nez bouché een gestopte neus
le nez qui coule de neus die giet
l’oncologie de oncologie
l’ophtalmologie de oogheelkunde
une ordonnance een beschikking
l’orthopédie de orthopedie
de l’ouate van de watten
les palpitations het trillen
la pathologie de ziektenleer
un pansement een verband
la pédiatrie de kindergeneeskunde
des pilules pillen
une piqûre een prik
un plâtre een pleisterkalk
une pommade een zalf
pris d’étourdissement genomen van duizeligheid
la psychiatrie de psychiatrie
les progrès de la médecine de vooruitgang van de geneeskunde
un prélèvement een heffing
les premiers soins de eerste zorgen
la radiologie de radiologie
une radiographie een röntgenfoto
un remède een middel
le résultat des analyses het resultaat van de analyses
la salle d’opération de operatiezaal
une salle d’hôpital een ziekenzaal
la sécurité sociale de sociale zekerheid
le service de soins intensifs de intensive care
du sirop siroop
le surménage de overbelasting
système digestif spijsverteringssysteem
système cardiovasculaire cardiovasculair systeem
système hormonal hormonaal systeem
système nerveux zenuwstelsel
symptômes symptomen
un somnifère een slaapmiddel
un sparadrapa een sparadrapa
supportable draaglijk
système respiratoire ademhalingssysteem
la tension nerveuse de zenuwachtige spanning
un traitement een behandeling
une urgence een urgentie
les urgences de urgentie
l’urologie de urologie
un vaccin een vaccin
un virus een virus
le vertige de duizeligheid
les vomissements het braken
VERBES UTILES
avoir mal à la tête / au ventre slecht aan het hoofd/aan de buik hebben
avoir de la température van de temperatuur hebben
attraper une maladie een ziekte pakken
avoir des contractions samentrekkingen hebben
avoir des nausées een misselijkheid hebben
attraper froid kou pakken
anesthésier verdoven
amputer afzetten
appeler un docteur een dokter noemen
atténuer verzachten
aller mieux beter gaan
s’améliorer beter worden
s’aggraver verslechteren
boîter mank gaan
démanger jeuken
diagnostiquer diagnostiseren
être contagieux besmettelijk zijn
être stressé in geëd
être blessé gewond zijn
être handicapé gehandicapt zijn
être hospitalisé in het ziekenhuis opgenomen worden
être en bonne/mauvaise santé in goed/slechte zijn gezondheid
être enroué enroué
être enrhumé verkouden geworden zijn
être paralysé verlamd worden
être opéré gewerkt worden
éternuer niezen
s’évanouir évanouir
maintenir en vie in leven handhaven
recoudre recoudre
panser une plaie een wond verbinden
inoculer inenten
se tordre la cheville de enkel zich ombuigen
reprendre des forces krachten hernemen
guérir genezen
greffer un organe een orgaan transplanteren
opérer quelqu’un iemand verrichten
perdre connaissance kennis verliezen
prendre des médicaments geneesmiddelen nemen
renifler ruiken aan
se propager zich propageren
se sentir fiévreux zich koortsachtig voelen
se rétablir zich herstellen
survivre overleven
se moucher moucher
soigner un malade een zieke verzorgen
soulager verlichten
tâter le pouls de pols betasten
tomber malade zieke vallen
tousser hoesten
trembler beven
vacciner inenten
vomir uitbraken
PHRASES UTILES
aidez moi helpt ik
au secours aan de hulp
asseyez-vous zet u
ne bougez pas verplaatst niet
retenez votre souffle houdt uw adem tegen
respirez normalement _ademen normaal
où est-ce que vous avez mal ? waar hebt u slecht?
je suis en train d’accoucher ik ben bezig om te bevallen
j’aimerais prendre rendez-vous Ik wil graag een afspraak maken

Vous repérez des erreurs ou souhaitez ajouter un mot de vocabulaire à la liste ? Merci de laisser un commentaire pour améliorer le site !

Démarrez une conversation

Votre adresse de messagerie ne sera pas publiée. Les champs obligatoires sont indiqués avec *